donderdag 27 februari 2014

Wat een week!

Wel, niet, wel, niet, toch maar wel of toch maar niet? Hoort dit persoonlijke verhaal thuis in een semi politieke blog? Nee! Of, toch juist wel? U leest dit, het antwoord is dus dat ‘ja’ de discussie uiteindelijk gewonnen heeft.

Afgelopen week was een hectische. Of misschien is dat ietwat onderdreven. De campagne is hectisch. De afgelopen week was een tornado.
Wat de doorslag gaf om hierover te schrijven? Daar kom ik later op terug.

De week begint, zoals altijd, met het doornemen van mijn agenda. Mijn werkdagen, piketdagen, campagnedagen, fractieoverleg, raadsvergadering of bezichtigingen. (zie kader)

Het valt mee. Maandag, dinsdag en woensdag werken, maandag piket, dinsdag overleg en aansluitend fractieoverleg of overleg met Jan Verbeek, woensdag komt Peter Schilthuizen om me te interviewen voor een verkiezingskrant. Een gaaf initiatief dat precies aansluit bij één van de redenen om me verkiesbaar te stellen: meer aansluiting tussen straat en politiek. Donderdag niets, vrijdagochtend naar Monkeytown met de kids en ’s avonds mijn eerste debat. Het VEDJ debat. Leuk!

Het liep anders.
Zondag belde ik mijn schoonmoeder. (nee, ik heb er niet zo een als uit de sprookjes) Ik had een spontaan bezoek ingepland bij een oom die 50 werd. ‘Nee, ga maar niet. Het gaat niet goed met oma Lies.’ Dit bericht kwam niet onverwacht. Een kwartier later belde mijn schoonmoeder terug. ‘Opa is opgenomen in het ziekenhuis. De thuishulp heeft hem gevonden, hij is naar het ziekenhuis gebracht. Hij heeft waarschijnlijk nog maar 24 uur te leven.’ Ik merk dat ik verstijf. Wat? Hoe? 24 uur? Hij deed afgelopen week nog zelf zijn boodschappen.
We hangen op. Ik maak Gert Jan wakker. Hij heeft nachtdienst gehad maar na even schudden wordt hij toch wakker. Kort geef ik een samenvatting. Hij stapt direct uit bed. “We gaan nu naar Meppel.” Het is speciaal in het ziekenhuis. We kunnen met opa praten. Hij is helder. Moet lachen om de fratsen van onze 1-jarige dochter die over de benen van haar oudopaatje duikelt. Oma Lies ligt hemelsbreed 50 meter verder. Ze is het afgelopen half jaar dement geworden dus ze mogen/kunnen niet samen liggen.
Het is emotioneel, heftig een achtbaan.

Maandagochtend besluit ik te gaan werken. Mijn agenda te volgen. Dit houd ik welgeteld vol tot 5 uur. ’s Avonds neemt een collega mijn piket over.
Wij zitten naast de telefoon. Te wachten.  ’s Nacht krijgen we een bericht. Oma Lies is overleden. Over het lijden heen. Het wordt opa nog verteld. ‘Fijn.’ Zegt hij. Dan zakt hij zelf weg. Zijn lichaam vecht nog tot half elf ’s avonds. Door heen en weer te smsen blijven we erbij. ‘Hij wordt rustiger’ ‘Hij zakt nu echt weg’ ‘Zijn handen worden blauw’ en dan het telefoontje.

Van mijn agenda is inmiddels niets meer over. Ik ben niet gaan werken en heb ook  avondafspraken afgezegd.
Ik heb contact met mijn werk, met het CDA. We besluiten alle activiteiten naar een minimum terug te zetten. Gelukkig zijn de meeste blogs al geschreven en hoeven die alleen geplaatst te worden.

Woensdagavond komt Peter Schilthuizen langs. De verkiezingskrant is een te betrokken initiatief om zomaar ter zijde te schuiven. Monkeytown gaan we doen maar is geen succes. Het is enorm druk en de ukkies hebben de afgelopen week genoeg voor hun kiezen gekregen. Na anderhalf uur gaan we alweer. En dan het VEDJ debat. Wel doen, niet doen?
De voor en tegens worden op de weegschaal gelegd. Het is een duodebat dus mocht het mij aan scherpte ontbreken dan kan ik altijd terugvallen op de brede kennis van Marc Lansink.



Glimlach opgeplakt en met een vol hoofd. Voor ik het gemeentehuis inloop zet ik de knop om. Zo gaat dat. Je doet iets of je doet het niet.
Het is een redelijk informeel debat. Er wordt veel gelachen, er worden wenkbrauwen gefronst en echt scherp inhoudelijk wordt het niet. 
'Keurig' zegt die meneer ;) en de bedels
kennen we natuurlijk van de campagneblog

Op een zeker moment wordt er een vraag gesteld. ‘Wie hier is er eigenlijk burger.’ Enthousiast steek ik mijn hand in de lucht en met mij ook andere kandidaten of huidige raadsleden. Het is niet het doel van de vraag. Natuurlijk snappen we dat. Maar het stellen van de vraag is het begin van de afstand tussen politiek en straat. Die zou er niet moeten zijn. Ik wil graag volksvertegenwoordiger zijn omdat ik ‘volk’ ben. Het gaat om mijn straat, mijn dorp!

Uiteindelijk is dat doorslaggevend geweest voor het schrijven van deze blog. Ja, ik wil de gemeenteraad in. Met alle hectiek die daarbij komt kijken. Maar ik ben ook maar ‘gewoon volk’. Met mijn dagelijkse sores. Soms iets meer, gelukkig meestal iets minder.

Dinsdag hebben we opa en oma Lies begraven. Hoe mooi is dat, twee kisten in de kerk. Samen.




Ons huis staat te koop. Niet dat we weg willen uit Zuidplas. Integendeel. Ons huis is heerlijk, de buurt is fijn en alle voorzieningen zijn om de hoek. Beter kan niet! Het enige probleem is dat ik ruimte nodig heb voor de bergen papierwerk die ik meesleep. We zijn dus op zoek naar een nog ruimer huis met een kantoortje en zo mogelijk een garage. Vrijstaand zou ook een behoorlijke pre zijn. (ziet  u dat ik zo tussen regels door hoop dat u meekijkt naar hét huis :) Dat terzijde.
Gevolg van een te koop staand huis? Kijkers. In ons geval heel veel kijkers. Pfff wat een extra werk dat continu bijhouden van je huishouden met drie kinders.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen